Rosalie de Wildt

Filosofie in Praktijk

 

 

1359 henri bergson.detail   

      Henri Bergson: Tijd om op te knappen!

                                         

 

 

 

In de praktijk van alledag zijn we voornamelijk bezig met indelen van alles wat op ons afkomt. Ons gezonde verstand kiest uit wat we nodig hebben en skipt de rest. Zonder die ontwarrende functie van ons brein zouden we vast flink van slag raken. Als er dan ook iets mis lijkt te zijn met ons geestelijk welzijn en we voor hulp naar een therapeut gaan, ligt het voor de hand dat het dit op de praktijk gerichte gebied van ons bewustzijn is waar hij of zij met wisselend succes aan gaat sleutelen...

 

De vraag voor de hulpverlener is, als het goed is, dan vaak: Is het nu iemands leefomgeving die problemen veroorzaakte of is er iets mis met het denken en doen van de persoon die zich beter wil voelen?

De Franse tijdsfilosoof Henri Bergson (1859-1941) hield zich niet bezig met welke indeling dan ook als het gaat om de al dan niet succesvolle werking van de hersenen of het bewustzijn. Zijn prettig uitwaaierende opvatting van het wat bewustzijn is, zou naar mijn idee van groot belang kunnen zijn voor de dagelijkse praktijk van de geestelijke gezondheidszorg.

 

Onmeetbare tijd

 

Er is een tijd geweest waarin mensen 'tijd' heel anders beleefden dan nu. Tijd was een hoedanigheid, een onmeetbare kwaliteit te vergelijken met de warmte van de zon op je huid of de frisse wind door je haren. Pas sinds Aristoteles (384-324 v. Chr.) is tijd, net als ruimte, iets meetbaars, een hoeveelheid, een kwantiteit. Aristoteles zag tijd als een 'nu', een punt die zich langs een lijn van het verleden via het heden naar de toekomst verplaatst. Als wij nu spreken over tijd bedoelen we meestal de minuten en uren die de klok aangeeft!


Rond 1900 merkte de jonge Franse filosoof echter op dat op het moment dat we afdalen in onszelf er plotseling helemaal geen sprake meer blijkt te zijn van minuten en uren. Die ervaring kennen we allemaal. Als er iemand overlijdt van wie we houden kan geen liniaal meten hoeveel tijd we bezig zijn met het verwerken ervan. Het enige wat we merken is hoe we het verdriet beleven.
Als het gaat om een gemoedstoestand ervaren we dat er geen afgebakend begin en eind is. Verdriet gaat over in vreugde en vreugde in angst. Angst gaat weer over in onverschilligheid of overmoed. De ene toestand wordt meegenomen in de volgende, drukt daar zijn stempel weer op en kan juist daarom nooit op precies dezelfde manier terugkeren. 

Toch ervaren we onze gemoedstoestanden wel degelijk als een temporele ontwikkeling. Het verdriet komt na de vreugde, de onzekerheid na de schrik. Het lijkt in ons innerlijk dus om een ander begrip van tijd te gaan. Bergson noemt die tijd, die duurt en voortstroomt, 'werkelijke tijd' of 'duur'.
De wetenschap vergaart kennis door een enkel object of een heel systeem af te bakenen, te isoleren, om metingen te kunnen verrichten, vergelijkingen te maken en overeenkomsten te zoeken met andere objecten alvorens tot analyseren over te gaan. Hoe wetenschappelijk is dat eigenlijk? Volgens Bergson is het meetbaar maken van iets levends, zoals het in categorieën onderbrengen van gemoedstoestanden (DSM 1t/m5)  te vergelijken met het uit elkaar rafelen van een muziekstuk. De noten van een melodie volgen elkaar niet alleen op maar zijn met elkaar verweven. Een compositie komt pas tot leven als de klanken van de instrumenten of stemmen in elkaar doorklinken. Muziek zou eenvoudigweg niet bestaan zonder dat intieme verbond.

Nooit zullen we, meent Bergson, door meten en indelen ons onderwerp echt leren kennen. Daar is een andere manier van benaderen voor nodig, gevoed door het soort weten dat we kunnen verwerven als we in staat zijn onszelf en al het andere te zien in het licht van de 'duur', de echte tijd.

 

Denken omdraaien

 

Om onbevooroordeeld waar te kunnen nemen en de neiging van onze hersenen om de werkelijkheid in fragmenten te splitsen te onderdrukken moet, volgens Bergson, de gebruikelijke denkarbeid omgedraaid worden. Iedere keer dat we dichter bij iets of iemand willen komen zullen we een nieuwe inspanning moeten leveren, één die ons van jongs af aan afgeleerd is. Het 'intuïtief denken', zoals Bergson zijn filosofische methode van omgekeerd denken noemde, is zoiets als leven vanuit het besef dat wijzelf maar ook alles en iedereen om ons heen continu in beweging is. Om te kunnen 'denken in duur' moet  je kunnen 'sympathiseren' met het andere. Dat doe je door daar als het ware naar binnen te gaan en het in zijn beweging te volgen. De centrale gedachte van Bergsons tijdsfilosofie is dat het meemaken van die echte, zuivere tijd een beter beeld geeft van de werkelijkheid dan wat dan ook. Het 'intuïtief denken' werd door sommige filosofen wel de meest exacte vorm van wetenschap genoemd!

 

Als het gaat om de werkelijkheid is het omschrijven van de functie van iets tastbaars zoals een tafel of een vaas niet zo moeilijk. De tafel dient om er dingen op te zetten en de vaas kan gevuld worden met bloemen. Ook de werking van de organen van ons lichaam laten zich prima omschrijven: zo heeft de maag tot doel het verteren van voedsel, de lever reinigt het bloed en de hersenen sturen bewegingen en handelingen aan. Het brein herbergt daartoe veel handige zenuwcentra, zoals het spraakcentrum of de frontaalkwab. Het bewustzijn bevat echter ook een grillig, voor het grootste deel niet te traceren geheugen en is een bron van onvoorspelbare emoties, die onze tenen kunnen doen krommen en onze buiken samentrekken of juist ons kan laten verstarren in ijzige kilte. Al dat vreemds en ongrijpbaars, ook dat is bewustzijn.

Volgens Bergson balanceert het bewustzijn steeds tussen het denken in duur met altijd de beweging van de stromende werkelijkheid van de echte tijd in gedachten en het mentale denken met de daarbij behorende verstarring die nu eenmaal altijd het gevolg is van het indelen en meten.

  

Bergsons denken over tijd en bewustzijn zou wellicht iets kunnen toevoegen aan de verschillende vormen van geestelijke zorg. Het besef dat alles continu aan het veranderen is en dat het daarbij natuurlijk niet uitmaakt aan welke kant van het bureau je je toevallig bevindt, kan lucht en licht geven in een vaak wat gekunstelde 'therapeutische' situatie.
Die gewonnen ruimte biedt plaats voor relativering en humor en daar knapt iedereen van op!